Trouw, 25 september 2005
TBS-ontsnappingen in de media
In juni 2005 onttrok tbs'er Wilhelm S. zich aan zijn begeleiding
In juni 2005 onttrok tbs'er Wilhelm S. zich aan zijn begeleiding. Na zijn arrestatie
bleek hij verdachte te zijn van de moord op een 73-jarige Amsterdammer. Het was
niet de eerste keer dat een ontsnapte tbs'er in de fout ging. In 2004 werd een meisje
uit Eibergen ontvoerd en verkracht, een jaar eerder werd een 80-jarige man uit Den
Haag vermoord. Ook na de arrestatie van Wilhelm S. waren er incidenten. In augustus
2005 ontsnapte de 'gevaarlijke tbs'er Marciano E.' en een paar maanden later, in
december, een 21-jarige jeugd-tbs'er, die veroordeeld was voor geweldsmisdrijven
en een zedendelict.
De ontsnappingen leidden tot maatschappelijke en vooral politieke commotie. Politici waren zeer verbolgen. Geert Wilders sprak van een 'falend tbs-beleid, waar ontsnappingen eerder regel dan uitzondering lijken' (Rotterdams Dagblad, 8 augustus 2005). Volgens VVD-Kamerlid Weekers leek de tbs-kliniek wel 'een duiventil', waar je 'kennelijk in en uit [kunt] lopen' (de Volkskrant, 8 augustus 2005). LPF-Kamerlid Eerdmans noemde het tbs-beleid 'levensgevaarlijk' en was ertegen om de samenleving als 'een proeftuin' voor tbs'ers te beschouwen. Tbs'ers waren in zijn ogen geen 'patienten (...) maar zware misdadigers met een ernstige stoornis' (Trouw, 17 juni 2005). De kritiek van de Kamer leidde tot een aantal maatregelen. Verloven werden tijdelijk ingetrokken en ontsnappingen moesten voortaan via opsporingsberichten tijdig publiek gemaakt worden. Ook zou er één landelijk meldpunt moeten komen voor ontsnapte tbs'ers. Tegelijk werd bepaald dat een parlementaire onderzoekscommissie het falen van het tbs-systeem onder de loep zou nemen.
De ophef in de politiek leidde weer tot beroering bij tbs-klinieken en advocaten van tbs'ers. Kamerleden en journalisten, zo luidde hun opvatting, zouden bewust of onbewust uit zijn op het ontketenen van een hype, wat alleen maar averechtse gevolmedialogica gen zou hebben. De volgens hen buitensporige aandacht in de media (mede door de opsporingsberichten) veroorzaakte onnodige maatschappelijke onrust en zou ook de ontsnapte tbs'er dusdanig opjagen dat de kans op recidive alleen maar toenam. Ten onrechte zou bovendien de indruk gewekt worden dat gestoorde criminelen sneller en vaker in de fout gingen dan criminelen zonder stoornis.
Eigenlijk - zo was het verweer - deed het tbs-systeem het helemaal niet zo slecht. De recidive was in vergelijking met het gevangeniswezen laag en ook het aantal ontsnappingen viel mee. Wat (sommige) politici verlangden - nul kans op recidive - betekende in hun ogen niet alleen het einde van het tbs-systeem, maar was - ook in elk ander systeem - onhaalbaar. Een risicoloos tbs-systeem bestond niet, tenzij je alle tbs'ers levenslang zou opsluiten. De beeldvorming in de media stond (staat) dus grotendeels in het teken van enerzijds afkeurende, verontwaardigde politici die krachtige maatregelen willen, en anderzijds de tbs-klinieken die de commotie proberen te temperen en wijzen op de relatieve successen van het tbs-beleid. Bij een breder publiek heeft de media-aandacht ondertussen weer geheel eigen gevolgen.
Zo lijkt de commotie te passen in de hedendaagse 'entertainmentsamenleving' en de amusementsfunctie die media vervullen (Brants en Brants 2002; Van Zoonen 2002). Tv-programma's beogen het kijkerspubliek niet alleen over feitelijke ontwikkelingen te informeren, maar ook te amuseren ('het monster van Assen'). Het entertainmentaspect van de samenleving komt eveneens tot uitdrukking in bijvoorbeeld een bedrijfsuitje dat evenementenorganisatie Heijzoo uit Mariaheide naar aanleiding van de ontsnapping van Wilhelm S. organiseerde. Dat uitje behelsde een 'spooktocht langs ontsnapte tbs'ers', volgens dagblad Trouw compleet met 'dode man in een lijkzak' en 'een vent die iemand op zat te eten' (Trouw, 12 september 2005, zie ook www.spooktochten.nl).